Geschiedenis

Thema’s > Geschiedenis

Na de prehistorische periode zijn alle grote cultuurvolkeren door Bulgarije getrokken: de Thraciërs, de Grieken en de Romeinen, de Byzantijnen, de Turken, de Slaven… Nog altijd vindt u hier de Thracische graven en het monumentale Griekse theater van de helden van Sophocles en Aischylos. Maar ook de oudste christelijke fresco’s in het kleine kerkje van Boyana zijn nog altijd het bezichtigen meer dan waard. De kloosters uit de Byzantijnse traditie overtreffen alle verbeelding en in de iconen klinkt de jubel van de kleur en de grote liefde.

Het grondgebied dat tegenwoordig Bulgarije is was reeds in de vroegste historie bewoond.

De oudste geschiedenis van Bulgarije is verwant aan de rijke cultuur van Oud Thrace. Na de val van het Romeinse Rijk werd het Bulgaarse land opgenomen in het Byzantijnse Imperium. In de tweede helft van de 7de eeuw werd noordoostelijk Bulgarije bewoond door Proto-Bulgaren. Samen met de Slaven vormden zij de Bulgaarse Staat die door het Byzantijnse Imperium in 681 werd erkend. Khan Asparouh werd staatshoofd en Pliska werd tot zijn hoofdstad verklaard. Onder Khan Kroum (803-814) grensde Bulgarije met het imperium van Karel de Grote in het westen en in het oosten bereikten de Bulgaarse troepen de muren van Constantinopel, de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk.

In 864, tijdens de regeringsperiode van Prins Boris I Michail (852-889), namen de  Bulgaren het Christendom als officiële godsdienst aan. Door deze acceptatie verdwenen de etnische verschillen tussen proto-Bulgaren en Slaven en begon een verenigde Bulgaarse natie te ontstaan.

Aan het einde van de 9de eeuw creëerden de broers Cyril (Constantine de Filosoof) en Methodius het Cyrillische alfabet en verspreidden het. De steden van Ochrid en Pliska, en later de nieuwe hoofdstad Veliki Preslav, werden centra van Bulgaarse cultuur en Slavische cultuur. Het Slavische alfabet verspreide zich over andere Slavische landen. Vandaag de dag wordt het nog altijd gebruikt in Servië, Rusland, de Oekraïne, Macedonië en Wit-Rusland.

Tijdens de regeringsperiode van Koning Simeon I (893-927) ontstond de  de “Gouden eeuw van Bulgaarse Cultuur” en het grondgebied van de staat besloeg het gehele gebied tussen de Zwarte Zee en de Egeïsche zee.

In 1018, na vele oorlogen, werd Bulgarije veroverd door het Byzantijnse rijk. Al vanaf de allereerste jaren onder Byzantijnse overheersing vochten de Bulgaren voor hun zelfstandigheid. In 1186 wierp de opstand de overheersing van het Byzantijnse rijk omver. Het Tweede Bulgaarse Koninkrijk werd gesticht en Turnovo werd de nieuwe hoofdstad. Na 1186 werd Bulgarije aanvankelijk geregeerd door Assen en daarna door Peter.

De eerdere macht van Bulgarije werd hersteld tijdens de regeringsperiode van hun jongste broer, Kaloyan (1197-1207), en tijdens de regering van van Koning Ivan Assen II (1218 -1241) bereikte het Tweede Bulgaarse Koninkrijk zijn grootste bloei.

In 1235, werd het Hoofd van de Bulgaarse Kerk de titel van Patriarch gegeven. Het geschil onder enkele boyars resulteerde in de splitsing van Bulgarije in twee koninkrijken: de koninkrijken van Vidin en Turnovo. Dit verzwakte het land en het werd veroverd door het Ottomaanse Rijk in 1396. Bijna vijf eeuwen werd Bulgarije door de Ottomanen overheerst. De eerste jaren werden gekenmerkt door sporadische ongeorganisserde pogingen om de vrijheid te herwinnen. In later jaren maakte de verschijning van de geheime strijders, de totstandkoming van een goed georganiseerde nationale bevrijdingsbeweging mogelijk. Het begin van de georganiseerde revolutionaire beweging voor de bevrijding van het Ottomaanse Juk wordt toegeschreven aan het werk van Georgi Sava Rakovski (1821-1867) – schrijver en journalist, stichter en ideoloog van de nationaal-liberale bevrijdingsbeweging.

De belangrijkste figuren in de nationale bevrijdingsbeweging waren

  • Vassil Levski (1837-1873) – strateeg en ideoloog van de beweging en nationale held;
  • Lyuben Karavelov (1834-1879) – schrijver en journalist, leider en ideoloog van de beweging;
  • Hristo Botev (1848-1876) – dichter en journalist, revolutionair, democraat, nationale held, en veel andere Bulgaren.

In 1876 brak de Opstand van April uit, de eerste significante en georganiseerde poging tot bevrijding van de Ottomaanse overheersing. De opstand werd verpletterd en verdronken in bloed, maar het vestigde de aandacht van de Europese landen op de Bulgaarse nationale kwesties.

De geschiedenis van Bulgarije als moderne staat begon, als gevolg van de Russisch-Turkse Oorlog (1877-1878), in 1878 op het Congres van Berlijn, toen voor een groot deel van de Bulgaarse gebieden een einde kwam aan vijf eeuwen van Ottomaanse overheersing en het land een op democratische leest geschoeide monarchie werd. Het Congres van Berlijn (1878) verdeelde de Bulgaarse gebieden in drie delen:

  • De zelfstandigheid van Bulgarije werd afgekondigd – met Prins Alexander Battemberg in zijn hoofd,
  • Oost Rumelia – met een Christelijke Gouverneur die door Sultan wordt benoemd,
  • Thrace en Macedonië de onder de overheersing van het Ottomaanse Rijk bleven.

In 1879, werd de eerste Grondwet van Bulgarije goedgekeurd en het was direct één van het meest democratische in die tijd. De besluiten van het Congres van Berlijn (1878) veroorzaakten de Opstand Kresna-Razlog oproer teweeg (1878-1879), die in 1885 tot de éénwording van het zelfstandig Bulgarije en Oostelijke Rumelia leidde.

De Opstand Ilinden-Preobrazhenie brak uit in 1903. Deze opstand streefde naar de bevrijding van de gebieden Macedonië en Ochrid. Ferdinand Saxe-Coburg Gotha, Bulgaarse Prins sinds 1887, kondigde de onafhankelijkheid van Bulgarije van Turkije af en in 1908 werd hij koning van het Bulgaarse volk.

Bulgarije nam deel aan de Balkanoorlog (1912) en vocht samen met Servië en Griekenland voor de vrijheid van Thrace en Macedonië. Hoewel deze strijd gewonnen werd, werd gedurende de verdere oorlog met bondgenoten (1913) oorlog gevoerd en werd Bulgarije verslagen door Roemenië, Turkije en de  vroegere bondgenoten, die haar gebieden met een Bulgaarse bevolking afsplitsten. Nadat Bulgarije in de Balkanoorlogen (1912-1913) zijn aspiraties op de Balkan niet had kunnen verwezenlijken, koos het in de Eerste Wereldoorlog de zijde van Duitsland. Na deze oorlog verloor Bulgarije zijn enige toegang tot de Egeïsche Zee. De interventie van Bulgarije in de eerste Wereldoorlog eindigde in een nationale catastrofe. Het Verdrag van de Vrede Neuilly van 1919 legde strenge bepalingen aan Bulgarije op: het verloor een groot deel van zijn land.

In de vroege veertiger jaren, leidde Bulgarije een beleid in het belang van Duitsland. Ook in de Tweede Wereldoorlog koos Bulgarije de Duitse zijde, maar het weigerde de oorlog te verklaren aan de Sovjet-Unie. Bulgarije verklaarde oorlog aan de V.S. en Engeland, maar de Bulgaarse cavalerie-eenheden vochten niet aan het Oostelijk Front. Koning Boris III stond de deportatie van ongeveer 50.000 Bulgaarse Joden niet toe. Na het eind van de tweede wereldoorlog, is Bulgarije onder de politieke en economische invloed van de Sovjetunie gekomen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *