In het balkanbergland van Bulgarije 1906

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Die plaats ligt aan den uitgang van een zeer druk beganen pas, waar de weg zoo goed is, dat men er bijna met rijtuigen over kan gaan, en die over den Balkan leidt langs Tsjoemerna van Elena naar Eski Zagora. Het is tusschen den Sjipkapas in het westen en den Kasanpas in het oosten de beste weg, om den berg over te gaan, en het is, zooals ik reeds zooeven zei, een der wegen, die een rol hebben gespeeld in den veldtocht van 1877 en 1878. Tvarditsa, waar ik met acht maanden tusschenruimte weer ben teruggekomen, kwam mij de tweede maal veel schilderachtiger voor in lentedos dan de andere maal in den herfst. Het dorp op zich zelf beteekent niet veel met de lage huizen, die als in den grond schijnen weg te kruipen, maar wat in Tvarditsa aardig is, is de echte bergstroom, neerkomend van de gele hellingen, den voet der reuzenboomen besproeiend en dan wegschietend onder de houten brug, waarover de spannen witte ossen zich voortbewegen, geleid door vrouwen in nationaal costuum, en niet het minst als achtergrond van het landschap de Balkan met de ruwe toppen, waarlangs zich naar den ingang van een pas de smalle witte paden kronkelen, die later tot groote berijdbare wegen zullen worden. Voor onze paarden was het nu al een zeer goed pad, dat wij in opgewekte stemming volgden. Zoolang men echter op de zuidhelling is, blijft het land dor en kaal, ondanks den mooien zonneschijn en de heldere kleur van het gras; en de schrale plantengroei kon niet hooger komen dan de afknabbelende geiten het lieten worden. Wij stegen nu naar een echten Balkantop, een top van 1540 meter, wat nog niet afschrikkend hoog is, maar de Tsjoemerna en de met bosschen bedekte hoogten, die men thans op grooter afstand ziet dan te Radevtsi, nemen meer het aanzien van bergen aan. In die bosschen, die al talrijker worden, naarmate men de noordhelling nadert, is overvloed van wild. Daar zijn herten, wilde zwijnen en vossen, en den nacht, voor wij er waren, had men bij een hut de sporen van een beer gezien. De gendarme, die ons vergezelde, was den vorigen winter door een wolf aangevallen, dien hij eerst voor een hond had gehouden, en daar hij den haan van zijn revolver niet kon overhalen, was hij in een boom gevlucht, waar de wolf toch nog gelegenheid had gevonden hem in den voet te bijten. Terwijl de man ons dit verhaal deed, vloog een arend in wijde kringen boven ons hoofd.

Daar is de pas van Tsjoemerna, die in tegenstelling met wat we bij de andere passen, als die in de buurt van Radevtsi, Seltsi etc. hebben gezien, werkelijk den indruk van een bergpas maakt, waar men zich op de hoogte tusschen twee berghellingen op den kam gevoelt. Er is ook een herberg boven op den pas, juist als bij de Alpenpassen, en het is er, evenals daar, steeds druk van allerlei voertuigen. Toen we weer van daar gingen, des middags om twee uur, was de lucht, die tot nu toe volkomen helder was geweest, eensklaps bedekt geworden; wij betraden het groote beukenbosch, en de zon ging er zeker ook schuil, want wij zagen haar niet meer. Weldra waren we door wolken omringd, en de Balkanbergen, die ik eerst minachtend slechts provinciale bergen noemde, willen ons eens laten zien, dat zij regen en nevel, koude en wind kunnen opleveren, zoo goed als de hoogste Alpentoppen. De toestand scheen werkelijk zorgwekkend te zullen worden, want wij waren midden in het bosch zonder eenig pad en bij toenemende duisternis in onbekende richting gaande. Eindelijk treden wij uit het donkere bosch en komen weer in de weide, waar het lichter is, en waar onze acht paarden achter elkaar in een dichten mist voortstappen. Er wordt mij verteld, dat men van hier bij mooi weer een prachtig uitzicht heeft; het heeft wel iets van de schoone zonsondergangen, die iemand altijd worden beloofd op de zwitsersche Alpentoppen, en ik geloof mijn zegsman onvoorwaardelijk, behalve dat ik morgen eens controleeren zal, wat hij mij heeft gezegd. Voor het oogenblik ben ik alleen bezorgd over het bosch, dat daar weer vóór ons ligt, en in welks duister wij weldra zullen verdwijnen. Gelukkig is het nog niet zoo heel erg als wij verdwalen, want er zijn geen steilten hier, en acht menschen met acht paarden vinden altijd wel gelegenheid om terecht te komen.

In het allerergste geval zouden we een nacht buiten om een vuur moeten slijten. Dienzelfden morgen nog hadden wij, als volkomen overbodig, een heel tentenmateriaal teruggezonden, dat we in het begin hadden meegenomen, in de veronderstelling van meer dergelijke avonturen. Maar het zou niettemin veel aardiger zijn, weer op den goeden weg te komen, en te logeeren in een gesloten en verwarmd huis, waar men op onze komst is voorbereid en bedden voor ons in gereedheid heeft gebracht. Juist op het oogenblik toen die hoop scheen te zullen vervliegen, hoorden wij hondengeblaf, en in den nevel zagen wij mannen naderen in de fustanella, ‘t korte rokje van de Grieken. Het waren herders, die Grieksch spraken, en die hier Karakatsjani’s worden genoemd. Dat herderskamp was mij al aangeduid als de welkome vuurtoren, die de haven aanwijst. Inderdaad was het huis van den boschwachter vlak bij met zijn kachel, zijn bedden, zijn keuken, en wij vinden er een aangename schuilplaats, juist op het oogenblik dat buiten de regen in stroomen begint te vallen. Den gansenen nacht bleef het regenen. De steenkolenlagen van Radevtsi sluiten bij die van Tsjoemerna aan, en daaraan gingen wij nu midden in het bosch een bezoek brengen. Vervolgens daalden we den volgenden dag af naar Bela en Slivno. Naarmate wij lager kwamen, voelden we de warmte sterk toenemen, de wolken verdwenen en zooals veelal in het bergland, vonden we buiten de nevelachtige en koude zone den glansrijksten zonneschijn.

Onderweg stieten we op een interessant kamp van Karakatsjani’s, die daar al ruim twee jaren gevestigd waren, om met hun paarden aan den kost te komen, door het naar beneden brengen van de steenkool naar de vlakte. Op een weide aan de grens van het beukenbosch en boven aan een steile helling waren eenige ronde hutten te zien, geheel met bladeren gedekt, en met een lagen ingang als bij hutten van Laplanders. Ik reed te paard omhoog te midden van een verwoed hondengeblaf en zag daarop een troep vrouwen voor den dag komen, door nieuwsgierigheid gedreven. Ze droegen bruine lijfjes en rokken en hemden, die niet zoo hagelwit waren als die der bulgaarsche vrouwen, maar die daarentegen geborduurd waren met rood en blauw borduursel, zooals men in Griekenland en Roemenië ziet, met groote, eveneens bewerkte mouwen, die zeer wijd van onderen waren. Bij den spoedig daarop volgenden overtocht over de rivier kruisten wij een troep turksche ruiters en kregen daarbij weer een oosterschen indruk door de ontroering der fijne paarden met hoog opgeheven kop de schitterende tuigen, met blauwe koralen versierd, de gekleurde zadels, de rijke gordels, waarvan het rood zich spiegelt in het water, en het woeste stappen en plassen der paarden door de schuimende rivier. Inderdaad kwamen wij dan ook kort daarna in een klein turksch dorpje, Sara Yar, een der zeer weinige plaatsen, waar de Turken zich in deze streek gehandhaafd hebben. Interessante en bekende oostersche tooneelen doen zich dus een oogenblik voor, en vervangen de bulgaarsche kleederdrachten, die wel wat al te sober zijn met hun bruine, zwarte en witte tinten, om aan het groen van het landschap veel reliëf te geven. Ze zijn heel vriendelijk, deze Turken, en daar de paarden wat moeten uitblazen, maak ik een schetsje van de getulbande heeren, zooals zij daar zitten voor een café, in een groen priëeltje. Een van hen, een forsche, groote, glimlachende man met kleine donkere oogen onder een vooruitspringend voorhoofd, en een grooten witten tulband, met een violette veêr, komt, zonder om de voorschriften van Mohammed zich te bekommeren, vragen, of we zijn portret willen maken. Hij is schoolmeester en tegelijk priester in het dorp. Eerst teekende ik hem met de groep mee, maar hij vindt er zich te klein op, en toen liet ik hem alleen voor mij poseeren met de hand aan zijn stok.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *